ARGUMENTEN


Fabel 2: Rijkswaterstaat stelt dat de geluid- en zichtgarantie haalbaar is.

De Adviescommissie IODS heeft in het convenant van 2006 gegarandeerd dat de weg slechts beperkt te zien en te horen zal zijn in het stiltegebied Midden-Delfland. In de TN/MER is nu echter te lezen dat deze garantie niet of met grote moeite haalbaar zal zijn. Alleen bij gebruik van dubbellaags zoab, geluidsabsorberende tunnelwanden en een geluidsabsorberende middenberm. Aan de Delftse kant van het stiltegebied zullen de afgesproken geluidsniveaus overschreden worden (maar “gemiddeld wordt over de hele lengte van het stiltegebied op 250 meter voldaan aan de IODS-grenswaarde”). Bovendien is bekend dat de levensduur van tweelaags zoab hooguit een jaar of acht is en dat de geluidsdemping van het wegdek binnen die termijn snel afneemt. Op papier ziet de geluidsproductie er misschien gunstig uit, maar bewoners, recreanten en de fauna van Midden-Delfland doen er verstandig aan oordoppen in te doen! Ook zal de weg weliswaar niet zichtbaar zijn, maar grote delen van het landschap ook niet: de weg wordt omgeven door aarden wallen van 2,5 meter hoog.

Fabel 4: De leefbaarheid langs A20 verbetert.

In het rapport is te lezen dat de A4-DS er voor zorgt dat er minder auto’s rijden op de A20 tussen Kethelplein en Kleinpolderplein. Bij fabel 1 hebben we al aangegeven dat dit maar betrekkelijk en tijdelijk is, maar ook het effect op de leefbaarheid is niet goed aan te geven door Rijkswaterstaat. Doordat het aantal auto’s op de A20 (aanvankelijk) wat afneemt zou de leefbaarheid langs de snelweg worden verbeterd. Maar omdat de aansluiting van de A4 op het Kethelplein problematisch is zal zowel de geluidsoverlast toenemen als de luchtkwaliteit afnemen nabij het Kethelplein. Rijkswaterstaat concludeert zelf al dat het effect “neutraal” is. Maar daarbij vergeet men nog één belangrijk aspect: doordat de oprit naar de A20 west vervalt, zal er veel meer verkeer over de locale wegen zijn weg zoeken (Laan van Bol’Es, Zwanensingel, Hargalaan en Burg. Heusdenslaan). Deze toename van lokaal verkeer leidt tot meer gevaarlijke situaties en meer vervuiling. Vooral het gebied rond het van Beethovenplein in Groenoord zal veel lawaai te verduren krijgen. Helaas heeft Rijkswaterstaat alleen maar geluidsberekeningen gemaakt en heeft men de modellen niet getoetst aan de nu al bestaande geluidsbelasting ter plekke.

Fabel 6: het openbaar vervoer is geen alternatief voor de A4-DS.

Dat een automobilist kan kiezen tussen openbaar vervoer en autogebruik, wordt door Rijkswaterstaat niet gezien. Zij draaien de redenering om en concluderen in het rapport dat het openbaar nauwelijks te lijden heeft onder de aanleg van de A4 (!). Volgens Rijkswaterstaat is slechts 30% van de OV-reizigers een “keuzereiziger” en bedienen rijkswegen en spoorwegen geheel andere doelgroepen. Dat door uitbreiding van het OV-aanbod en gericht beleid ter bevordering van openbaar vervoer en fiets velen de auto zullen laten staan past niet in de gedachtewereld van Rijkswaterstaat. Voor de onafwendbare trendbreuk in het denken over mobiliteit moeten we niet bij de minister zijn.

Enkele andere feiten kunnen niet onvermeld blijven.

Een belangrijk aspect is nog niet aan de orde gekomen: CO2 uitstoot. Rijkswaterstaat heeft in de rapportages berekend dat in 2020 het autoverkeer tussen Rotterdam en Den Haag na aanleg van de A4 met 64% zal zijn toegenomen t.o.v. 2006. Zo komt er van het tegengaan van het broeikaseffect nog minder terecht. Met het oog op de stijgende zeespiegel en de ligging van Midden-Delfland zou investeren in de A4 dan wel eens geld kunnen zijn dat letterlijk in het water is gegooid. En ook de natuur zal zwaar te lijden hebben van de weg. 30 hectare weidevogel- en ganzenfoerageergebied gaan verloren alsmede 20 hectare recraetiegebied. Het leefgebied van enkele zwaar beschermde dieren neemt af (o.a. dwergvleermuis, grutto, tureluur en gele kwikstaart). Ook worden veel ecologische verbindingen afgesneden door de snelweg. En dat geldt ook voor recreatieve routes.